Een vuurstenen bijl uit Kapelle

In de zomer van 2018 meldde een particulier de vondst van een vuurstenen bijl bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Hij had het voorwerp al in 2016 in verstoorde grond gevonden in zijn achtertuin aan De Warretjes te Kapelle, op een diepte van ruim 0.5 m.
De bijl is ruim 13 centimeter lang, 6.5 centimeter breed en is gemaakt uit een grijze vuursteensoort met witte vlekken.  Het oppervlak van de bijl is licht glimmend en op enkele plaatsen, met name bij het snededeel, was hij gepolijst. Op andere plaatsen waren recente beschadigingen zichtbaar.
Gepolijste stenen bijlen zijn kenmerkend voor de nieuwe Steentijd (Neolithicum; 5300-2000 voor Christus) en zijn in gebruik geweest bij de eerste boerengemeenschappen. In de tijden daarvoor leefde de prehistorische mens nog als jager en verzamelaar van voedsel, maar rond 4000 voor Christus maakte men in Zeeland de overstap naar het beoefenen van akkerbouw en veeteelt, waarbij men niet meer als nomaden door het landschap hoefde te trekken, maar vaste woonplaatsen verkreeg. Voor dat doel moest men bomen omhakken om open plaatsen in de bossen te creëren en boerderijen te bouwen, waarvoor de gepolijste bijlen uitstekend geschikt waren. Ze dienden waarschijnlijk ook voor wat fijnere houtbewerking.
De bijlen werden eerst ruw tot hun beoogde vorm voorbewerkt, waarna ze met water op slijpstenen glad werden gepolijst. Het voordeel hiervan was dat ze bij het gebruik minder snel braken en bovendien konden ze nauwkeurig worden afgewerkt, waardoor onder meer een scherpe snede ontstond. Dat het exemplaar uit Kapelle slechts op enkele plaatsen is gepolijst wijst er op dat de voorbewerking niet helemaal goed gelukt was of men vond het voldoende dat alleen het snededeel gepolijst was.
De grijze vuursteensoort wordt vaker op neolithische vindplaatsen in de Scheldevallei aangetroffen. De herkomst ervan valt echter niet goed te achterhalen. Het meest voor de hand liggende herkomstgebied is Zuid Belgie.

Rest nog de vraag hoe de bijl in de tuin te Kapelle terecht kan zijn gekomen. Er zijn geen gegevens bekend over de herkomst van de grond in de tuin. De vinder wist te vertellen dat op die plek in het verleden een kleine vijver was gelegen. De steen kan dus door eerdere graafwerkzaamheden van een grotere diepte zijn gekomen. Volgens de bodemkaart van Zeeland bestaat de bodem uit kreekruggrond , wat kan betekenen dat de bijl in het verleden is verspoeld.
In elk geval is het een bijzondere vondst voor Zeeland in het algemeen en voor Kapelle in het bijzonder. Er zijn slechts enkele vondsten uit de nieuwe Steentijd in Zuid-Beveland bekend. Vermeldenswaardig zijn een gepolijst bijltje uit de omgeving van de vliedberg van Coudorpe en een vuurstenen pijlpunt uit de omgeving van Kruiningen.

 

Bijdrage drs. Hans Jongepier SCEZ

htw-kapelle_vuurstenen_geslepen_bijl__2_.jpg - SCEZ OAS

Geslepen vuurstenen bijl UIt de Warretjes (Kapelle)

Zeeuwse Neanderthaler

Opnieuw ontdekt
 

In december 2012 stuitte een medewerker van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) in het Zeeuws Archeologisch Archief van die stichting bij toeval op een dossier met betrekking tot een mogelijk zeer oude menselijke onderkaak, die uit de omgeving van Ellewoutsdijk afkomstig zou zijn. In de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft een schelpenzuiger namelijk veel schelpen in de Westerschelde opgezogen, in een diepe put ter hoogte van Ellewoutsdijk. De schelpen werden vervolgens naar Brielle vervoerd voor een kalkbranderij. In de schelpenhopen heeft de heer W.F.A. Guilonard uit Dordrecht, die verzamelaar was van fossiele schelpen en botten, de kaak in 1957 gevonden.

 

Een eerste keer onderzocht

De heer J. Huizinga, toenmalig professor in de fysische antropologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, heeft de kaak al in 1961 onderzocht en was geneigd de kaak toe te schrijven aan een Neanderthaler. Dit deed hij op basis van enkele morfologische kenmerken. In het desbetreffende dossier bevinden zich nog enkele documentatiestukken, zoals een schrijven van de heer Guilonard over een bewerkte houten knots. Ook had hij in de schelpenhopen veel fossiele stukken bot van pleistocene zoogdieren aangetroffen, zoals van de mammoet, wolharige neushoorn, steppewisent, rendier, reuzenhert, grottenleeuw en –hyena. Deze waren eveneens uit de put bij Ellewoutsdijk afkomstig. Bovendien was er in de schelpenhopen door een andere verzamelaar een vuurstenen afslag uit de Oude Steentijd gevonden.

 

Spoorloos

Wat er na het onderzoek van Huizinga met de onderkaak is gebeurd, is niet bekend. Uit de stukken blijkt dat de heer Guilonard de kaak in de jaren zestig nog in zijn bezit had. Zijn zoon Jan deelde mee dat zijn vader in de jaren negentig op 93-jarige leeftijd is overleden. Hij wist niet waar de kaak zich thans bevindt. Hij zei dat zijn vader zijn collectie botten had geschonken aan het Natuurhistorisch Museum (NHM) te Rotterdam en zijn schelpen aan Naturalis te Leiden en aan andere verzamelaars.

 

Opnieuw onderzocht

Na wat verder speurwerk kreeg de SCEZ contact met de heer Paul Lambers, conservator van het Universiteitsmuseum van de Universiteit Utrecht. Hij deelde mee dat het museum een deel van de collectie van het instituut van Huizinga heeft overgenomen en dat er drie afgietsels van de desbetreffende onderkaak in het depot van het museum aanwezig zijn; de echte kaak echter niet. Na bestudering van de afgietsels van de kaak en wat vakliteratuur kon voorzichtig worden geconcludeerd dat het om een restant van een Neanderthaler zou kunnen gaan, maar dat dit niet zeker is. Een afgietsel van de kaak wordt momenteel onderzocht door fysisch antropoloog Paul Storm en enkele collega’s van hem. Ondertussen wordt de speurtocht naar de echte onderkaak voortgezet, want mocht die boven water komen kan hij door het toepassen van de koolstof-14 methode worden gedateerd.

 

Bijdrage drs. Hans Jongepier (SCEZ)

2so-ellewoutsdijk_011.jpg - SCEZ OAS

Foto van de onderkaak die mogelijk van een Neanderthaler is geweest.

spy-ellewoutsdijk_006.jpg - SCEZ OAS

Foto van het zijaanzicht van de onderkaak uit Ellewoutsdijk